Bijen herkennen begint met gedrag, nestplek en vorm.
Nederland heeft veel verschillende bijen. Een honingbij, hommel, metselbij of zandbij vraagt niet dezelfde reactie. Kijk daarom eerst naar beharing, bouw, gedrag, plek en seizoen voordat je iets doet.
1. Kijk waar het dier actief is. 2. Let op beharing en lichaamsvorm. 3. Kijk of er een nestopening, bloemenbezoek of activiteit rond eten is. 4. Kies pas daarna een vervolgstap.

Leeft in volken en kan zwermen.
Bruin-geel, slank, vaak met stuifmeelklompjes aan de achterpoten. Je ziet honingbijen vooral op bloemen, bij kasten of als zwerm in een tros.
- Bloembezoek of compacte zwerm
- Bij zwerm: afstand houden en imker vragen
- Niet dichtmaken bij muuractiviteit

Rond, wollig en meestal rustig.
Hommels zijn duidelijk hariger en voller dan honingbijen. Ze vliegen vaak laag en traag tussen bloemen. Nesten zitten soms in de grond, onder een schuurtje of in een oude muizenholte.
- Wollig lichaam, vaak lage brom
- Nesten zijn vaak tijdelijk
- Laat met rust als er geen direct risico is

Veel gezien bij bijenhotels en kleine holtes.
Metselbijen zijn solitaire wilde bijen. Ze gebruiken holle stengels, boorgaten of kieren. Ze zijn meestal rustig en vliegen af en aan met nestmateriaal of stuifmeel.
- Vaak bij bijenhotel of holle stengel
- Solitaire soort, geen groot volk
- Controleer hotel op droogte en gladde gaten

Kleine bijen bij gaatjes in droge grond.
Veel zandbijen nestelen in open, zonnige bodem. Dat kan druk lijken, maar is vaak tijdelijk en rustig. Kleine gaatjes in zandige grond zijn dus niet automatisch overlast.
- Losse gaatjes in droge grond
- Laag en rustig vlieggedrag
- Niet dichtmaken of nat spuiten

Herkenbaar aan stukjes blad en nestbouw.
Bladsnijderbijen gebruiken stukjes blad om nestcellen te maken. Ronde hapjes uit bladeren kunnen dus juist wijzen op nuttige nestbouw in plaats van schade.
- Ronde stukjes uit blad
- Vaak bij holtes of stengels
- Meestal geen actie nodig

Veel soorten zijn klein, solitair en snel over het hoofd gezien.
Niet elke bij lijkt op het klassieke geel-zwarte beeld. Veel wilde bijen zijn klein, donker of subtiel getekend. Ze bezoeken kleine bloemen en hebben vaak specifieke nestplekken nodig.
- Klein en bloemgericht
- Niet automatisch wesp of vlieg
- Voedsel en nestplek zijn belangrijker dan bestrijden
Niet alles wat geel-zwart is, is een bij.
Zweefvliegen en wespen worden vaak met bijen verward. Dat verschil is belangrijk: een zweefvlieg steekt niet, een wesp komt vaker op eten of afval af, en een bij is meestal bezig met bloemen of nestbouw.

Lijkt soms op een bij, maar steekt niet.
Zweefvliegen kunnen stil in de lucht hangen en schieten daarna plots weg. Ze bezoeken bloemen en hebben vaak grote ogen en korte antennes.
- Stil hangen in de lucht
- Geen angel zoals een wesp
- Gewoon laten vliegen

Gladder, scherper getekend en vaker bij eten.
Wespen zijn minder behaard, feller geel-zwart en komen sneller op zoetigheid, vlees, afval of terrasdrukte af. Bij overlast of risico is een andere route nodig dan bij bijen.
- Glad lichaam en smalle taille
- Rond eten, afval of limonade
- Bij risico lokale hulp inschakelen
Snelle vergelijking
Bronnen en verder lezen
Gebaseerd op openbare informatie over Nederlandse bestuivers en wilde bijen, waaronder Bestuivers.nl, de Rode Lijst Nederlandse bijen, EIS Kenniscentrum Insecten en de WUR Kennisimpuls Bestuivers.